Gad
it
Nederlands
Inloggen
NL
Engels
Short
Nederlands
kort
Definities
(3)
1
bijvoeglijk naamwoord
Van
beperkte
lengte
of
duur
,
zoals
een
korte
broek
of
een
korte
vakantie
.
De
film
was
kort
maar
krachtig
.
Hij
droeg
een
korte
broek
tijdens
de
zomer
.
De
vergadering
was
kort
en
efficiënt
.
Afbeelding
Voor kinderen
Zin maken
In schrift
Quiz
Woordspellen
2
bijvoeglijk naamwoord
Niet
voldoende
in
hoeveelheid
of
aantal
,
zoals
een
tekort
aan
geld
.
We
kwamen
geld
tekort
voor
de
reis
.
Er
is
een
tekort
aan
personeel
in
het
ziekenhuis
.
De
voorraad
is
kort
,
we
moeten
meer
bestellen
.
Afbeelding
Voor kinderen
Zin maken
In schrift
Quiz
Woordspellen
3
zelfstandig naamwoord
Een
korte
film
of
verhaal
,
meestal
minder
dan
een
uur
of
een
paar
pagina's
.
Ze
maakte
een
korte
film
voor
het
festival
.
Het
boek
bevatte
een
aantal
korte
verhalen
.
De
korte
was
leuk
om
te
lezen
.
Afbeelding
Voor kinderen
Zin maken
In schrift
Quiz
Woordspellen
✓
Gad it!
Eén snelle vraag om te checken of je het begrijpt
Woordherkomst
Taal
Old English
Oorspronkelijk woord
sceort
Betekende oorspronkelijk
kort
van
lengte
of
duur
Achtergrond
Het
woord
'
short'
komt
van
het
Oudengelse
'
sceort'
,
dat
kort
van
lengte
of
duur
betekende
.
Het
heeft
zijn
betekenis
door
de
eeuwen
heen
behouden
.
Dit woord in andere talen
Engels
Hebreeuws
Spaans
Duits
Tsjechisch
Hindi
Chinees (traditioneel)
Bengaals
Deens
Meer woorden
implicitly
ineptitude
maim
pat-a-cake
prone
puzzled
smug
stubborn
sublimate
that
typhoid fever
yankee
Alle woorden