Gadit
Engels

Short

Nederlandskort
Definities (3)
1bijvoeglijk naamwoordVan beperkte lengte of duur, zoals een korte broek of een korte vakantie.
De film was kort maar krachtig.
Hij droeg een korte broek tijdens de zomer.
De vergadering was kort en efficiënt.
2bijvoeglijk naamwoordNiet voldoende in hoeveelheid of aantal, zoals een tekort aan geld.
We kwamen geld tekort voor de reis.
Er is een tekort aan personeel in het ziekenhuis.
De voorraad is kort, we moeten meer bestellen.
3zelfstandig naamwoordEen korte film of verhaal, meestal minder dan een uur of een paar pagina's.
Ze maakte een korte film voor het festival.
Het boek bevatte een aantal korte verhalen.
De korte was leuk om te lezen.
Woordherkomst
Taal
Old English
Oorspronkelijk woord
sceort
Betekende oorspronkelijk
kort van lengte of duur
Achtergrond
Het woord 'short' komt van het Oudengelse 'sceort', dat kort van lengte of duur betekende. Het heeft zijn betekenis door de eeuwen heen behouden.